|
Mijnbouw
.jpg)
Mijnbouw
Men spreekt van mijnbouw indien delfstoffen worden onttrokken aan de
aarde.
Delfstoffen zijn bijvoorbeeld zand grind, ertsen ,steenkool ,edelstenen
,goud en zout.
Wetenschappen
Men maakt gebruik van verschillende wetenschappen.
Wis en Natuurkunde
Geologie
Oftewel aardkunde
Men gaat er van uit dat de aarde 5 miljard jaar geleden is ontstaan
Deze leer omvat bijvoorbeeld gebergtevorming
Ontstaan en structuur van gesteentes
Onderzoek naar fossiele resten
Er zijn echter nog meer onderwerpen.
Ontstaan steenkool
Deze is ontstaan in het Carboon tijdperk.
Dit is Circa 300 miljoen jaren geleden en dit tijdperk duurde 80 miljoen
jaren.

Heel Europa was toen een groot oerwoud en de planten en bomen gedijden
goed.
Door bodemdalingen kwamen deze in het water te staan en vielen om.
Deklagen kwamen er over heen en door druk tijd en warmte ontstond de
steenkool
Er kwam geen zuurstof bij en daardoor konden deze niet rotten en werden
als het ware ingeblikt.
In volgorde ontstaat
Hoogveen cq laagveen (Hoogveen boven de zeespiegel in vennen),
afgestoken hoogveen (copyright
museum de Locht Melderslo)
.jpg)
Copyright:Twist (foto 02
de groote Peel)
Laagveen ontstaat onder de zeespiegel in grondwater.
Turf
Bruinkool
Steenkool
Grafiet.Minder druk en temperatuur dan diamant
Is er sprake van vulkanisme dan ontstaat diamant. Dan spreken wij van
edelsteen en is tevens het hardste materiaal op aarde ( Deze wordt
gevormd bij ca 1000 graden en een druk va 40.000 bar)
De geschatte kolenvoorraad in Nederland tot op 1500 meter diep wordt
geschat op 4.300.000.000 oftewel 4,3 miljard ton
Op aarde circa 1052.000.000.000 (1052) miljard ton.
Steenkool in België? waar vinden we dit? een extra
pagina met info over steenkool in België vind je
"hier"
Economische waarde steenkool
Wordt voor verschillende doeleinden gebruikt.

Huisbrand
In hoogovens
Gasbereiding
Chemische producten
De steenkolen worden verdeeld in:
| Gasvlamkolen
gasgehalte |
|
37-40% |
|
| Gaskolen |
|
33-37% |
|
| Vetkolen |
|
20-33% |
|
| Halfvette kolen |
|
12-20% |
|
| Magere kolen |
|
8-12% |
|
| Anthraciet |
|
8% en minder |
|
Soorten ontginningen:
Dagbouw
Dan spreekt men van een groeve
Van buiten of van boven af is de ontginning te volgen.
Bijvoorbeeld zand en grindgroeven.
In Amerika wint men op deze manier steenkool en in Duitsland bruinkool.
Stollenbouw
Nagenoeg horizontale ontginning in bergen.
Aanleg steenkolenmijn:
Waarover moet men beschikken:
1. Vergunning
wordt afgegeven door de staat
2. Boortoren
voorloper van de schacht
3. Schachten
minimaal 2.Doorsnede 6 meter.
Dit zijn de loodrechte tunnels naar beneden Schachten worden gebruikt om
de mijn te voorzien van lucht
In een schacht plaatst men een grote zuiger en doordat een verbinding
ondergronds is met de andere schacht wordt in de andere schacht lucht
aangezogen en men verkrijgt daardoor lucht ondergronds.
Waar de lucht naar binnen komt spreekt van de intrekkende schacht en de
andere schacht is de uittrekkende schacht.
Tussen deze 2 schachten worden in de bovenste verdiepingen luchtdeuren
geplaatst om er voor te zorgen dat de lucht de diepere lagen bereikt.Er
mag slechts een deur worden geopend.
De deuren staan zover uit elkaar zodat er 1 locomotief met 60
kolenwagens er tussen passen.
Er hangen lampen boven de deuren Brandt de rode lamp dan mag men die
deur niet openen want dan is de andere open.Gaat deze uit dan mag men de
desbetreffende deur openen.
Schachten zijn ook vluchtwegen en er wordt een ladderafdeling in
geplaatst.
De ladders zijn 6 meter lang en gescheiden door een plateau.
Schachtbokken worden geplaatst als de boortorens de juiste diepte
hebben. Daar hangen de schachtwielen in waar de kabel overheen loopt.De
2 wielen draaien altijd tegengesteld. Aan de kabel hangen de liften.
Er is sprake van 1 kabel en mijnheer Koepe heeft dat systeem uitgevonden
De liften hebben 4 etages. Er zijn ook mijnen waar 3 etages zijn dus dit
kan verschillen,De liften worden geleid door verticale balken en onder
de liften hangt een platte kabel.Deze is bedoeld als contragewicht en
voorkomt ook slingeren..
Communicatie bij vervoer in de schacht Bovengronds bedient de
ophaalmachinist de ophaalmachine.
Ondergronds is een seingever en kan de lift naar boven dan seint hij. De
seingever bovengronds op de losvloer hoort dat sein. Is hij ook klaar
dan seint hij naar de ophaalmachinist. Deze hoort dus een sein en zet de
liften in beweging. Op de kabels staan ook merktekens. De liften hebben
tijdens het personenvervoer een snelheid van 8 meter per seconde en
tijdens kolentransport van ca 12 meter.
Verder vanuit de schacht gaat men verdiepingen maken dus steengangen. Is
er nog geen circulatie dan worden er ventilatoren opgehangen waaraan
buizen worden bevestigd. De ventilator blaast de lucht naar de plaats
van bestemming. De lucht die men (geforceerd)gebruikt is perslucht en
wordt bovengronds aangemaakt. De lage druk is 6 atmosfeer en de hoge
druk 200 atmosfeer (alleen voor persluchtlocomotieven)
Lage perslucht voor verlichting en boorhamers.
PLAATJE DOORSNEDE MIJN
Temperatuur
De eerste 25 meter heerst een constante temperatuur van 9 graden
Daarna stijgt deze met 3 graden per 100 meter.
Ik weet niet hoe diep de mijnen in België zijn maar hier in Nederland
was de diepste mijn 1058 meter. (Staatsmijn Hendrik)
Dan spreekt men van 9 + (3x10) = 39 graden.
In zulke temperaturen houdt geen mens stand.
Dus jullie kunnen nu de temperaturen in de mijnen berekenen.
Onder de evenaar stijgt de temperatuur slechts 1 graad per 100 meter.
De stijging van de temperatuur in de ondergrond (na een afkoeling in de
paar bovenste meters), de zogeheten geothermische gradient, hangt niet
zozeer af van de geografische positie alswel van de opbouw van de
ondergrond. Gemiddeld neemt de temperatuur toe met 2-3 graden per 100 m
diepte. Bij aanwezigheid van sommige gesteenten (o.a. steenkool) is dit
meer, bij andere gesteenten juist minder.
De ouderdom van de gesteenten speelt geen rol. Het gaat hoofdzakelijk
om twee factoren. De eerste is het gehalte aan radioactieve mineralen.
De aarde zou, na zijn bestaan van ca. 5 miljard jaar, geheel zijn
afgekoeld als er geen warmtebron was. Die is er echter wel, in de vorm
van radioactieve mineralen. Die vervallen (de ene isotoop doet daar
lang over, de andere zeer kort), waarbij warmte vrijkomt. Die warmte,
die dus in de gehele aarde wordt opgewekt, stroomt langzaam vanuit het
inwendige der aarde naar het oppervlak (omdat het daar kouder is: via
de atmosfeer verdwijnt de wamte uiteindelijk in de zeer koude
interplanetaire ruimte). Hoe meer radioactief verval plaatsvindt
(afhankelijk van het aantal radioactieve mineralen en hun precieze
aard), hoe hoger in principe de geothermische gradient. Ook de
mogelijkheid om warmte door te geven (de warmte-geleidbaarheid) speelt
echter een rol. Die geleidbaarheid hangt ook weer van het type
gesteente af.
Deze twee factoren bepalen het overgrote deel van de route en de
snelheid waarmee warmte vanuit het binnenste der aarde naar het
aardoppervlak stroomt.
Lucht.
Is het allerbelangrijkste om te overleven
Koeling
Afvoer van schadelijke stoffen
Werktijden.
Er was een mijnreglement
Er waren 3 diensten te weten dag middag en nachtdienst.
Boven de 18 jaar mocht men nachtdienst draaien.
De diensten waren 8 uur.
De effectieve werktijd was 8 uur min de reistijd beneden.
Tot 28 graden is men 8 uur ondergronds.
28 tot 32 graden 6 uren ondergronds en men werd betaald naar 8 uren
Boven de 32 graden alleen onder medisch toezicht en de noodzakelijke
werkzaamheden.
Nummer
Iedere kompel had een eigen nummer.
Dit ter controle of men ondergronds was of naar huis.
Men haalde het nummer af bij de portier.
Aan de schacht leverde men de penning in.
Bij einde dienst kreeg men de penning en leverde deze in bij de portier.
Bleef een penning beneden dan informeerde men bij het toezicht.
Moest men overwerken dan was het in orde maar was niets bekend ging men
in het badlokaal kijken.
Hingen daar de goede kleren dan was men nog ondergronds en werd men
gezocht.
Jullie moeten zich voorstellen dat een mijn met haar verdiepingen een
wegennet kon hebben dat zo groot is als de stad Brussel.
Hingen de werkkleren aan de haak dan had men de penning vergeten in te
leveren en de dag daarna kreeg men dan een boete.
Steengangen

Dit zijn de hoofdwegen ondergronds.
Het materiaal, de kolen en mensen werden daardoor vervoerd.
Vanuit de schacht naar de mijn in lopen deze altijd ongeveer 1 op de 300
meter omhoog.
Dit heeft te maken met het volgende.
De wagens zijn zwaar beladen met kolen en stenen en als het naar de
schacht iets afloopt gebruiken de locomotieven minder energie.
Dan hebben de mijnen ook veel last van water en dat moet opgepompt
worden
De pompen staan overal opgesteld en pompen het water naar de buizen in.
Is er iets verval net als een riool bovengronds dan loopt het naar de
schacht toe zonder energiekosten.
Op elke verdieping zijn grote waterbassins en ook pompen die het water
naar boven transporteren.
De pompen hebben elk een capaciteit van 6000 liter per minuut.
Ze zijn ook 24 uur per dag actief.
Valt een pomp uit dan staat het water tot aan het dak.
Daarom zijn er altijd reservepompen.
Ook wordt water ondergronds hergebruikt om het stof te bestrijden en als
veiligheidsmaatregel ter voorkoming van branden
De boormachines hebben nu allemaal sproeikoppen.
De rest gaat naar bovengronds en werd gebruikt om de kolen te wassen.
Er werd een stof aan het water toegevoegd zodat het soortelijk gewicht
van het water groter werd.
Als gevolg daarvan gingen kolen drijven en de stenen bleven op de bodem
zodat men beide kon scheiden.
Het vervuilde water ging naar de slikbassin en de afval bezonk.
Het water werd afgevoerd en de slik gebruikte men nog als stookmiddel (slam).
Mijnwater.
Men heeft verschillende soorten water ondergronds
Water hetgeen door de deklagen wordt doorgelaten dus van boven
De eerste honderd meter is de aarde poreus.
Dan in het gesteente zitten scheuren en laten water door.
De aarde is altijd in beweging.
Dan toen de steenkool is gevormd is ook water mee ingekapseld.
Er is zelfs water dat stijgt. Dit komt in verband met de hoge
temperaturen.
Gaat men nu ruimtes creëren dan komt dat water vrij.
Dan kan daar een behoorlijk druk op staan.
Is de kolom 10 meter dan spreekt men van 1 atmosfeer maar er kan sprake
zijn van tientallen meters.
Werd dat aangeboord dan werd men met boor en alles weggeblazen.
Mijngas
Het gevaarlijke en meest gevreesde gas dat voorkomt inde mijn
Methaangas oftewel moerasgas
Lichter dan lucht
Reukloos,
Smaakloos
Kleurloos
Explosief en brandbaar.
Het is ook ontstaan tijdens het inkolingsproces en omdat het is
ingesloten door gesteente kan het niet ontwijken.
Het aanwezig zijn van mijngas controleert de mijnwerker door middel van
een benzinelamp.
De uitvinder daarvan is de heer Davy in het jaar 1815.

De lamp bestaat uit een reservoir daarboven een kijkglas en daarboven 2
gaasjes van elk 144 gaatjes per vierkante centimeter.
De buitenlucht kan er wel in maar de vlam treedt niet uit
Komt boven het vlammetje een lichtblauwe kegel (mijngasvlam) dan is er
sprake van mijngas.
Vroeger maakte men gebruik van kanaries in een kooitje
Later door middel van instrumenten.
Koolzuur
Bij een stilstaande of heel zwakke luchtstroom verzamelt zich koolzuur
Het is zwaarder dan lucht en is dan laag aan de vloer aanwezig.
Het ontstaat door ademhaling, gebruik van zuurstof, rotten van hout en
roesten van ijzer.
Dit wordt ook gemeten met de benzinelamp.
Is dit gas aanwezig dan dooft de vlam.
Kooloxide
Bij een mijngas of kolenstof ontploffing bevat deze
kooloxide.
Dit gas is zeer giftig.
Ademt men dat in dan kunnen de rode bloedlichaampjes geen zuurstof meer
opnemen.
Er is geen eenvoudig middel om dit gas aan te tonen.
De reddingsbrigades bedienden zich dan van kanaries of witte muizen
Als zij dat gas inademen sterven zij 10 maal eerder dan een mens.
Metingen
De metingen ondergronds geschieden door de mijnmeters. Je kunt ze
vergelijken met het kadaster.
Zij beschikken over verschillende instrumenten
Waterpas en theodoliet (hoekmeetapparaat), meetbanden schietloden en
loden.
In mijn tijd moest nog een thermometer mee omdat de ijzeren meetbanden
uitzetten.
Metingen zijn natuurlijk belangrijk om te weten waar men is.
Je kunt rekening houden met de bovengrond om te voorkomen dat mijnschade
ontstaat.
De metingen beginnen bovengronds en men laat 2 zware kabels in de
schacht zakken met zware loden die vrijhangen in olievaten beneden zodat
deze niet slingeren.
Dan meet men beneden de kabels aan en men weet nu de hoeken en verder
worden de metingen ondergronds voortgezet.
Vaste punten geeft men aan (theodolietpunten).
De metingen worden bovengronds op de kaartenkamer ingetekend.
Bovengrondse kaarten zijn dan doorzichtig.
Legt men de doorzichtige kaarten op de ondergrondse tekeningen dan ziet
men precies waar zich alles bevindt.
Ook wordt de diepte gemeten en de vaste meetpunten legt men in de wand.
Dit zijn zware bouten.
Op de stijlen worden punten geverfd waardoor men weet hoe men de rails
en steengang moet leggen
Vervoer
Naar ondergronds met de liftkooi.
Alles hetgeen groter is dan de lift werd onder de lift gehangen
bijvoorbeeld locomotieven, motoren gigantische ondersteuningen pompen.
Ook was het mogelijk om via de bovenkant materiaal in de lift te
schuiven en de vloeren van de etages te verwijderen zodat men een grote
lift had.
Van heel groot belang was dat lang materiaal in de juiste richting naar
beneden ging.
Je kon bijvoorbeeld lange buizen niet draaien in de gangen of je moest
teruglopen naar een splitsing.
Ondergronds

Te voet
Per trein
Fiets
Transportbanden (indien vervoer was toegestaan)
Stoeltjeslift
Transport
Locomotieven, persluchtlocomotieven, diesels of elektrische
(de laatstgenoemden waren alleen in gasvrije mijnen toegestaan).
Met de lift
Materiaal wagens
Transportbanden
Monorails
Sleden voor hout en buizen en langer materiaal
Kettingtransporteurs

Het betreft Mike Körver in 1965 op de 500 meter verdieping van de
Domaniale mijn in Kerkrade.
De locomotief is een Kromhout,
Paarden
Tot rond 1937 het kan verschillen werden ook paarden gebruikt.
Als ze ongeveer 5 jaar oud waren werden ze aangekocht
De schofthoogte bedroeg rond 1,50 meter.
Wij hebben geleerd dat alles hetgeen groter is dan de lift onder de lift
werd gehangen.
Hoe gingen deze viervoeters naar ondergronds
Zij werden in een lederen tuig gepakt, de benen bij elkaar gebonden en
een zak over het hoofd, aan de borstkant onder de lift bevestigd en zo
naar beneden getransporteerd.
Zij bleven daar geruime tijd en gingen daarna meestal slechtziend (naar
blindheid) is geen onderzoek ingesteld weer naar boven en mochten dan
bij een boer op de weide genieten van het pensioen.
Ze werden heel goed verzorgd maar liepen verwondingen op met stoten,
hoefziekte door tussen de rails zich te verwonden of wagens die achter
op de hielen liepen.

Paard naar ondergronds
Het belangrijkste van de mijn is de ontginning van de kolen.
Vanuit de steengang gaat men met een gang naar de steenkool toe.
Deze gangen lopen zo als de kolenlagen liggen dus dat kan golvend zijn.
Er wordt altijd tussen 2 gangen de kolen weggenomen.
Dit noemt men een pijler.
Deze pijlers zijn zo hoog of laag als de kolenlaag dik is;
Dat kan variëren tussen de 3meter en toen de mechanisatie kwam 50
centimeter hoog
Als men daar op de buik inkroop kwam men niet meer op de rug gedraaid.
Hoe gaat het in zijn werk?
We behandelen alleen maar:
De handpijler

Vroeger werden de kolen losgewrikt met de hak en met de schop werden de
kolen in de schudgoot gedeponeerd. Later werden de kolen losgemaakt met
de afbouwhamer.
De dag en middagdienst ontkoolde en de nachtdienst legde de schudgoot
weer tegen het kolenfront
Dat betekende dat de middagdienst de zwaarste dienst hadden omdat zij
met schoppen het verst verwijderd waren van de schudgoot.
Half mechanische pijler:
de schaaf of ploeg schaaft de kolen los en schuift deze in een
kettingtransporteur die de kolen afvoert
Is vooraan genoeg ruimte dan moet men stutten
Men haalt de achterste ondersteuning weg en plaatst die vooraan. Dus dit
gebeurt handmatig
Achteraan valt alles in. Dit is goed want dan is er vooraan niet meer
zoveel druk
Zijn wij onder dure gebouwen, spoorwegen, kanalen of rivieren of niet
ontgonnen lagen boven ons dan moeten wij mijnschade voorkomen, (want na
verloop van tijd verzakt alles).dan worden die ruimtes vol geblazen met
gebroken steentjes. Nu is er sprake van een vulpijler!
Mechanische pijler:

De schaaf en de transporteur doen hetzelfde werk als in een half
mechanische pijler.
Dan heeft men een raamwerk dat is de ondersteuning, deze werkt op water
oliedruk
De olie is voor de smering, koeling en roest in het binnenwerk tegen te
gaan, het water is voor de druk.
Als vooraan genoeg ruimte is laat men 2 benen gelijk zakken en worden
door een cilinder aan de transporteur naar voren getrokken.
Ver genoeg zet men er druk op. Dit raamwerk verplaatst zich als een
lopende robot.
Laden

De kolen gaan via transportbanden naar de steengang toe.Daar staan de
lege kolenwagens opgesteld.
Modern werden de kolen vol automatisch geladen.Er is een bak daar hangt
een voeler in net boven de kolenwagen.Is de kolenwagen gevuld dan raakt
de voeler dat. Cilinders stoten de volgende wagen onder de bak, Zes
seconden heeft men nodig en dan is de wagen met 2,5 ton kolen gevuld.
Is er een verstopping dan is een voeler die dat signaleert en het hele
transportsysteem slaat stil tot en met de pijler.De machinist lost dit
op en seint naar de pijler en het lieve leventje gaat weer door.
Seinen

Door middel van verlichting in de pijler of lampen aan de laadbak.
Belsignalen aan de schachten
Fluiten bij motoren van transportbanden
Zelf seinen met de petlamp.
Er werd ook vaker op de leidingen geklopt.
Door middel van klopsignalen zijn vaker ingesloten mijnwerkers gered.
Ondersteuningen
Hout:
Grenen of dennen. Is goedkoop, vezelachtig en recht.
Komt er druk op dan gaat het wringen en kraken en de mijnwerker wordt
gewaarschuwd.
Star:
ijzer bestaande uit kappen en stijlen
Stutten inschuifbaar
Ik behandel slechts een stut (zie Titanstijl) .
Beton :
gespoten en blokken
Titanstijl:

Deze worden als ondersteuning gebruikt in de pijlers
Zij hebben een voordruk van 4 ton en einddruk van 40 ton.
Dit betekent 40.000 kg per vierkante centimeter.
Verdere gevaren:
Mijngas ontploffingen.
Ter voorkoming dat een ontploffing zich in de mijn voortzet werden om de
100 meter stofgrendels opgehangen.
Dit was gemalen mergel, kalk en steenstof.
Die gaat dwarrelen en vermengt zich met de lucht
Watersproeiers zorgen voor hetzelfde effect.
Stof:
bestrijden door sproeien
Kalkzout strooien
Niet sloffen tijdens het lopen
Stofmasker dragen.
Klokken:
Deze bevinden zich in het dak van de pijler en zijn niet te
onderscheiden van het overige gesteente, en laten plotseling los.
Men kan deze onderkennen door regelmatig met een hamer op het dak te
kloppen.
Klinkt het hol of dof dan is er sprake van een klok. Men moet dan extra
ondersteunen en zorgen dat men uit de buurt blijft.
Beknellen:
nooit tussen wagens door kruipen of bij aankoppelen met het hoofd tussen
de wagens
Verboden plaatsen mag men niet betreden!
De verbodsborden niet negeren!
Personeel ondergronds en bovengronds in opleiding.
Jeugdigen van 14 tot 18 jaar
Ondergrondse vakschool (O V S)
Voorloper mijnschool(MVS= mijnbouwkundige vakschool)
Men begint als sleper, postsleper, hulphouwer en uiteindelijk houwer.
Bij zeer goed functioneren meesterhouwer eventueel dienstdoend
hulpopzichter.
Om te kunnen functioneren als leidinggevende gaat men naar de mijnschool
en wordt opzichter.
Technisch
(Technisch is gewoon een kleine aanvulling op de
bestaande tekst)
Technische vakschool (TVS)
voor
Elektriciens
Bankwerkers
Verdere scholing voor
Seingevers
Geologische Dienst
Mijnmeters
Ventilatiedienst
Vervoer
Schiethouwers
Schachthouwers
Ontgroening
Een nieuwe kompel kreeg bij de eerste dienst ondergronds de zogenaamde
“koelstamp”.
Een kompel hield de schop tegen het achterwerk van de nieuweling en een
ander sloeg er lichtelijk met de moker tegenop.
Had men dat ritueel meegemaakt dan was men ontgroend en als volledig
mijnwerker geaccepteerd.
Wetenswaardigheden
Mijnsteen, wordt bovengronds gescheiden en afgevoerd naar de steenberg
Gebroken (genaamd wasberger) wordt gebruikt om ondergrondse werken op te
vullen
Daardoor wordt mijnschade voorkomen aan bovenliggende niet ontgonnen
kolenlagen, kanalen, rivieren en gebouwen.
Drijven van schachten
Boortorens
Boren
Zachte lagen bevriezen of spuiten met klei emulsie
De schachtwanden bekleden met ijzeren ringen (cuvelage)
Voorkomen schade aan schachten.
De afbouw moet op een veilige afstand van de schacht gebeuren.
(Steen)gangen drijven

Project (Geon drijven steengang in steenkolenmijn Valkenburg).
Men drijft ongeveer 25 a 30 gaten van circa 2 meter diep in het
gesteente.
Dan vullen rond 25 kg dynamiet
Achter deze dynamiet worden waterproppen geplaatst om eventueel mijngas
tegen te houden en de druk op het gesteente volledig te laten inwerken.
De waterpatronen werden door de mijnwerkers als drinkwater gebruikt en
om dat te voorkomen werd er en kleurstof aan toegevoegd.
De dynamiet wordt tot ontsteking gebracht door middel van een elektrisch
schietapparaat.
Er zijn verschillende boormethodes maar ik geef slechts een aan.
Er wordt eerst het middenstuk eruit geschoten, dan de zijkanten en
uiteindelijk de boven en benedenkant van het front.
Je hoort echter een knal.
Vluchtwegen
Mijnen zijn onderling verbonden door middel van vluchtwegen en zij zijn
gescheiden door luchtsluizen.
Toilet
Ondergronds heeft men tonnen, kiebels genaamd
Waslokaal
Daar worden de kleren opgehangen en is tevens moest men zich daar
wassen.
Wassen is verplicht
Onderling wast men zich de rug en dat noemt men poekelen.
Nat werk
Werkt men in natte afdelingen dan krijgt men extra betaald of mag men
eerder naar huis.
Schachtkabels
Controle
Door middel van een wollen handschoen.en de kabel langzaam te laten
zakken werden zij op breuken gecontroleerd.
Bleven pluizen aan de kabel hangen dan was er sprake van breuken en dan
werd deze afgekeurd.
Gewicht
De lange schachtkabels tot 1000 meter hebben een gewicht van 25 kilogram
per meter..
Hulpmiddelen
Hamers
Schoppen
Zaag
Bijl
Persluchthamers
Boorhamers
Waarom werden de Steenkolenmijnen gesloten?
Ontginning is ontzettend duur, Het aardgas werd gevonden, De olie werd
aangeprezen, Er was sprake van kernenergie. En de kolen uit Amerika
waren nog goedkoper inclusief transport naar de Europese havens als dat
wij ze hier naar boven haalden.
Waarom :Zij maken gebruik van dagbouw
Door het gebruik maken van bovenstaande energiebronnen werden in België
40000 en in Nederland 45000 man werkloos.
Muizen.
Wij hadden ook te maken met muizen ondergronds.
Hoe kwamen die kameraden beneden
Op de materiaalterreinen kropen die vrienden tussen het hout en ijzer.
Als nu het materiaal ingeladen werd en zij niet meer konden ontsnappen
kwamen zij aan en verstopten zich.
Het waren onze vrienden, waar zij waren was zuurstof genoeg en dus was
het veilig.
Zij waren onze vijanden als wij de boterhammen niet goed ophingen gingen
zij gangen en pijlers daarin maken.
Schutspatroon.
Parochie
Vrank Heerlen
De H.Barbara is de patrones van mijnwerkers.
Zij wordt afgebeeld met een toren in haar hand.
Sage van het ontdekken van steenkool
Er waren herders de schapen aan het weiden;
’s nachts moest de jongste bediende het vuur bewaken maar hij viel in
slaap.
Zonder hout op het vuur te hebben gegooid bleef het zwarte spul branden.
Mijnwerkersziektes.
Silicose oftewel stoflongen
Oogsidderen. Als men veel van het donker in het licht kijkt.
In het verleden hadden de mijnwerkers geen petlampen maar hingen een
lamp op.
Dan met het draaien van het hoofd naar donker en licht liep men deze
ziekte op.
Het voordeel van de petlamp is dat waar men het hoofd naartoe bewoog ook
beschikte over licht.
Mijnwerkers moesten heel
vaak de hele dienst op de knieën doorbrengen.
Dit leidde tot de
zogenaamde kruipknieën.
Heel irritant want de
knieën gingen zwellen hetgeen heel pijnlijk was.
Met tillen moet je heel
goed opletten want dat kan leiden tot rugklachten en
liesbreuken.
Mijnworm
Daar werd men ook op
gecontroleerd
Mijnwaterproject
Nadat alle Nederlandse en aanliggende Duitse mijnen zijn gesloten wordt
het ondergronds water niet meer naar boven gepompt.
Gezien de hoge watertemperatuur is men van plan het water naar boven te
brengen en als stadsverwarming te gaan gebruiken.
Gedachteniskapel
Ter herinnering aan de verongelukte mijnwerkers in Nederland is in
Terwinselen een gedachteniskapel in gebruik genomen .
Op een plaquette staan alle overledenen vermeld.
Het was in het verleden het dodenhuisje van de Staatsmijn Wilhelmina.
Op 4 december, het feest van St Barbara, vindt er na een H Mis een
herdenking plaats.
De hamer en beitel boven de ingang is het symbool van de mijnwerkers

Met toestemming van de auteur
Paul Geilenkirchen
www.domanialemijn.nl
Auteur: Wim SchoenmaekersHomepage
http://members.home.nl/wimschoenmaekers/
|